Natuur en klimaat Chile-Chili
![]()
|
|
| Home |
Chile - Chili 06-02-2008 t/m 27-02-2008
Natuur en klimaat
De enorme lengte van Chili kent het land een groot aantal klimaat zones. Van
noord naar zuid zijn de volgende klimaatzones te onderscheiden:
Woestijnklimaat: Overheerst het noorden van Chili, o.a. in de Atacamawoestijn,
waar op sommige plaatsen nog nooit regen gevallen is. Aan de kust heerst een
gematigd klimaat; landinwaarts komen temperaturen voor van meer dan 30°C, maar
’s nachts kan het afkoelen tot temperaturen rond het vriespunt.
Hooggebergte-woestijnklimaat: Overheerst de Altiplano, met weinig regen (50-300
mm per jaar) en veel lagere temperaturen dan in het noorden. Gedurende het hele
jaar kan nachtvorst voorkomen.
Halfwoestijnklimaat: Overheerst het ‘Kleine Noorden’, met onregelmatige
regenperiodes. Dit halfwoestijnklimaat gaat op bepaalde plaatsen over in een
warm steppeklimaat met regen in de wintermaanden. Dit zijn de aangenaamste
gebieden om te vertoeven.
Mediterraan klimaat: Overheerst Midden-Chili tot aan de Bío Bío rivier, met
eigenlijk alleen in de koele winters regenperiodes. De zomers zijn warm en droog
en achter het kustgebergte bij de hoofdstad Santiago kan de temperatuur boven de
35°C uitkomen.
Gematigd regenklimaat: Overheerst in de Araucanía en het merengebied, en is een
overgangsgebied tussen een medi-terraan en een gematigd klimaat. Alleen de
zomermaanden zijn droog, de rest van het jaar regent het vrij veel. De
gemiddelde temperatuur in december bedraagt een aangename 23°C.
Maritiem klimaat: Overheerst op de eilanden langs de kust en een zone vlak langs
de kust. Zeewinden duwen vochtige oceaanlucht tegen de bergen omhoog, waardoor
er het hel jaar door grote hoeveelheden neerslag vallen, van 2000 tot 5000 mm
per jaar.
Hooggebergteklimaat: Overheerst de Patagonische Andes, met veel stormen en
sneeuw. Richting Vuurland daalt de sneeuwgrens naar 800 meter.
Continentaal steppeklimaat: Overheerst op de Patagonische vlaktes, met droge
zomers en een jaarlijkse neerslag van 200-500 mm. De gemiddelde jaartemperatuur
bedraagt slechts 6-10°C.
De eilanden: Op Paaseiland heerst een subtropisch klimaat met het hele jaar door
regen (ca. 1150 mm), en een gemiddelde jaartemperatuur van iets meer dan 20°C.
De Juan Fernandez-eilanden hebben een mediterraan klimaat met vooral in de
winter regen (ca. 900 mm op jaarbasis), en een gemiddelde jaartemperatuur van
14°C.
Vegetatie:
Chili kent een grote verscheidenheid aan vegetaties. Van Noord naar Zuid
verandert de vegetatie door afname van temperatuur en toename van regen. Van
Oost naar West verandert het omwille van het hoogteverschil. Hierna volgt een
korte beschrijving van de vegetaties in de verschillende gebieden: [4][5][6]
Atacamawoestijn:
Hier vind je kleine oases midden in de woestijn met zoutminnende doornstruiken
en bomen. De bomen staan ver uit elkaar.
Waar veel nevel binnendrijft zijn nevelbossen ontstaan. De vegetatie die hier
ontstaat wordt loma-vegetatie genoemd, met o.a. verschillende soorten cactussen,
korstmossen, doornstruiken en tillantia-soorten, dit zijn planten met bijna geen
wortels die hun water met hun bladeren uit de lucht filteren. De overgangszone
van de Atacamawoestijn naar de Altiplano wordt gekenmerkt door de
kandelaarcactus en de zuilcactus.
Altiplano-hooglandsteppe:
Op deze droge grassteppen groeien vooral tola en paja brava. Dit zijn twee harde
grassoorten.
Halfwoestijnen:
De halfwoestijnen van het Kleine Noorden zijn al veel dichter begroeid met
cactussen en doornstruiken. Verder groeien hier ook kruiden en grassen. Als het
veel regent verandert de woestijn enkele weken in een bloemenzee. In het
National Park Fray Jorge is een zeldzaam ‘loma-nevelwoud’ ontstaan, met
boomsoorten die verder alleen in Zuid-Chili voorkomen.
Mediterrane bossen:
Het oorspronkelijke loofbos in Centraal-Chili is teruggebracht tot een paar
resten in het kustgebergte en in de Andesdalen. Elders vind je hier bossen
vooral bestaande uit een acaciasoort en uitgestrekte gebieden met hoog
struikgewas en cactussen. Ook nog bijzonder in deze regio zijn de bossen van
Chileense palmen, een beschermde soort waarvan nog maar ca. 200.000 exemplaren
over zijn. Uit de stam kan sap gehaald worden dat tot siroop wordt
geconcentreerd.
Zuid-Chileense bossen:
De zeer vochtige zone langs de oceaankust bestaat uit gematigde regenwouden met
een structuur van drie lagen:
Allereerst een hoge boomlaag met beukensoorten als en naaldbomen in de zeer
drassige en bergachtige delen van het regenwoud.
Hieronder volgt een laag lage boom en struikenlaag. Aan de takken van deze bomen
hangen lianen, varens, mossen en korstmossen. Een andere bijzondere verschijning
uit het regenwoud is de nalca, een reuzenrabarber die door de Chilenen wordt
gegeten.
De bodem van het bos is bedekt met decimeters dik laag van bladeren, mossen en
levermossen. In deze bossen groeien honderden soorten mossen, in Vuurland zelfs
meer dan 400 soorten. Op de eilanden in deze regio is geen bomengroei meer
mogelijk door het barre klimaat, hier vinden we alleen nog maar heide en
moerasgebieden.
Op een hoogte van 1000 tot 1500 meter en aan de oostkant van de Andes komen
bossen met bladverliezende loofbomen voor. Boven de scherpe boomgrens komen
plotseling geen bomen meer voor, door het extreme klimaat ligt die boomgrens op
Vuurland al op 500 meter.
Hoog in de Andes van het Chileens-Argentijnse merengebied komen alerce- en
araucaria-naaldbossen voor. De araucaria is een 40 tot 50 meter hoge boom met
een palmachtige stam en een schermachtige takkenkroon. De Chilenen spreken van
paraplubomen of ‘Los Paraguas’. Ze groeien hier al ruim 200 miljoen jaar en
kwamen toen over de hele wereld voor. Deze bomen worden meer dan 2000 jaar oud
doordat ze zeer langzaam groeien. Deze bijzondere boom heeft in geheel Chili een
beschermde status.
De alerce is verwant aan de gigantische sequoia’s van Noord-Amerika. Ook deze
bomen kunnen 50 meter hoog worden en een ouderdom bereiken van meer dan 4000
jaar. Ze behoren daarmee tot de oudste levende wezens op aarde. Ze leven vooral
op steile hellingen in het hooggebergte, in laagland moerassen en in geïsoleerde
bossen in het Valdiviaamse regenwoud. Hoeveel van deze bomen er nog zijn is niet
bekend.
Patagonische steppe:
Op de plateaus aan de oostkant van het Andesgebergte vinden we geen bomen. De
begroeiing bestaat hier uit grassen en stekelige struiken. Na zware regenbuien
bloeien op de steppe vele eenjarige bolgewassen.
Zuidelijke eilanden:
De buitenste eilanden langs de kust van Chileens Patagonië en Vuurland hebben
eveneens een boomloze vegetatie, met vooral heide en veenplanten.
Omdat ik uiteraard niet alles weet en gezien kan hebben is daar waar nodig gebruik gemaakt van Wikipedia waarvoor dan ook dank!
http://nl.wikipedia.org/wiki/Chili#Geschiedenis
Klik op een onderstaande link om naar een pagina toe te gaan!
Geschiedenis Demografie Geografie Reisverslag Natuur en klimaat Links
| Home |